Gisteren hebben wij een evaluatie gehad over het één dag in de week meelopen van onze zoon op het Tweetalig VWO. Hij volgt daar de lessen Biologie, Wiskunde, Conversatie-engels en Gym, allen in het engels gegeven. We zijn hier vlak na de herfstvakantie mee begonnen, omdat we al eind vorig jaar merkte dat hij behoefte had aan meer en vooral gestructureerde uitdaging. Dit uitte hij door het hebben van een kort lontje, psycho-somatische klachten en het verliezen van zijn vrolijkheid. Na overleg met zijn leerkrachten en in samenwerking met het TVWO zijn we in november gestart met dit project. Zowel voor ons als het TVWO is het pionieren. Nog nooit eerder werd er zoiets in onze omgeving voor hoogbegaafde kinderen gedaan.
Alleen al de positieve uitstraling van de betrokken mensen, het duidelijk begaan zijn met onze oudste en zijn frustraties, én het enthousiasme waarmee er oplossingen worden gezocht doet ons erg goed. Maar het doet ook ons knulleke goed. In de weken voor de herfstvakantie kon hij, vanwege zijn extreme mate van exceem, nog niet eens prettig op zijn stoel in de klas zitten. Heden ten dage zien we het exceem zienderogen minder worden. Hij loopt glimlachend door het huis en zijn “korte lontje” is ver te zoeken. Dat hebben wij op dit moment in ieder geval samen al bereikt! Het positieve effect op zijn algemeen functioneren is duidelijk zichtbaar.
Echter, het maken van huiswerk (6 uur per week) valt hem zwaar. Voornamelijk het feit dat hij zijn speelafspraken moet plannen en de moeite die het kost om het huiswerk af te “moeten” hebben. Dit is een hele nieuwe ervaring. Maar hij voelt zich wel verantwoordelijk voor het op tijd af hebben van zijn huiswerk en begint er elke dag plichtmatig aan. Wij merken dan ook dat hij een steeds betere werkhouding krijgt. In het begin had hij vrijwel geen werkhouding. Tegenwoordig heeft hij zelf een beter zicht op hoeveelheid, benodigde tijd en planning. Desondanks zou iets minder huiswerk meer tegemoet komen aan het speelse karakter wat hij heeft. Hij is tenslotte nog steeds een 9-jarige jochie dat nog wil en moet kunnen genieten van zijn jeugd.
Onze zoon heeft in het begin van het nieuwe jaar zelf een schema opgesteld, waarin hij de voor- en nadelen heeft opgesomd van deze ervaring. Hieruit bleek dat hij er graag mee verder gaat, ook al vindt hij het zwaar. Op het TVWO zijn de meningen verdeeld. Gym en Biologie geven geen problemen, maar de opbouwende vakken (Engels en Wiskunde) wel. De lessen die hij mist doordat hij slechts één dag in de week gaat, zorgen voor een steeds groter (kennis)gat tussen hem en zijn groepsgenoten. Dit wordt een steeds groter probleem. Daar moet dan ook een oplossing voor gezocht worden. Verder maakt vooral de wiskundeleraar zich ernstige zorgen over zijn toekomstige carriëre voor wiskunde. Het fragmentarische meekrijgen van de stof leidt tot een missen van het overzicht, van structuur. Dit kan leiden tot sterke motivatieproblemen in de komende jaren, als de structuur er wel in moet. En dat voor een vak waar op termijn grote kansen liggen.
Ons knulleke is – zoals verwacht – nog te jong en te speels om volledig mee te draaien op een middelbare school. En de geboden oplossing blijkt niet te functioneren voor opbouwende vakken. Een oplossing zou kunnen zijn om dit soort kinderen in de toekomst op hun eigen school een leerlijn te geven, dat ontwikkeld kan worden in samenwerking met het (T)VWO. Maar dat is niet een oplossing waar wij nu iets aan hebben.
Wat kan dan nu wel gebeuren? Waarschijnlijk wordt het meelopen op het TVWO teruggeschroefd naar een morgen ipv een hele dag. Hij zou dan de vakken Gym en Biologie kunnen volgen. ‘s-Middags is hij dan weer op zijn eigen school. Dit verlicht meteen zijn huiswerkverplichting. Daarnaast is het belangrijk om duidelijk te maken dat deze veranderingen niet voortkomen uit een falen van zijn kant, maar uit het nog zoeken naar het best passende onderwijs. Wij zien het als het ingaan van een volgende fase, een stap vooruit. Wij nemen hierin een pro-actieve houding aan en gaan zelf ook nog op zoek naar een mogelijk oplossing om de doorgemaakte ontwikkeling (werkhouding, wiskundig inzicht, zelfstandigheid en zelfverantwoording) te stimuleren, maar vooral te behouden.
