Na Delphi rijden we verder. We gaan de bergen uit en rijden richting de kust van de Korintische Golf. Bij het kleine havenstadje Galaxidi stoppen we om een geocache te zoeken. Deze ligt verstopt op het terrein van een Grieks/Duitse gemeenschap dat zorgt draagt voor een aantal mentaal gehandicapten. Als we via een aantal zigzag weggetjes eindelijk op de bestemming aankomen worden we begroet door de vriendelijke zorgdragers van deze gemeenschap. Ze hebben van de geocache gehoord maar weten niet precies waar het ligt en hoe het spel gaat. De legger werkt er niet meer en de cache is al ruim een jaar niet bezocht. Terwijl we in gesprek zijn, komt er een klein oud vrouwtje met het Downsyndroom naar Christa toe en vraagt naar haar naam. Dan geeft ze haar een knuffel. Zo lief. We vinden de cache en geven de zorgdragers de naam van de geocache website om straks onze blog te lezen. We parkeren de auto aan de rand van het stadje Galaxidi en wandelen naar het kleine haventje. Daar drinken we wat in een oude olijfperserij terwijl we genietend om ons heen kijken.
Vervolgens stappen we opnieuw in de auto en volgen de kust richting de Rion-Antirio brug die op het smalste stukje zee het vasteland verbindt met het schiereiland Peloponnisios. Met zijn 2880 meter is het een van de langste kabelbruggen ter wereld. Af en toe stoppen we om een mooi plaatje te schieten van het landschap. Langs de westkust van Peloponnisos rijden we via Patra en Pyrgos naar beneden. Even na de middag stoppen we ook nog even bij de Kaiafas bron. De bron zelf valt een beetje tegen. Er staat een verwaarloosd huisje voor en in de grot ruikt het raar. Of het komt door de grote hoeveelheid zwavel en mineralen die in het water moet zitten weten we niet, maar het ruikt niet aangenaam. Het water van het meer er vlakbij heeft een heldergroene kleur door de mineralen en bevat veel leven. Er zouden schildpadden en waterslangen moeten zijn, maar wij zien alleen grote scholen vissen. Met meer dan 35 graden is het te warm om lang buiten te blijven dus we stappen weer snel in de auto en rijden verder. Even overwegen we nog om te stoppen bij het langste zandstrand van deze regio, vlakbij Giannitsochori. Maar al gauw besluiten wij door te rijden naar het Club Naturo Hotel.
Ongeveer 5 uur na vertrek uit Delphi komen we bij het hotel aan. Het hotel ligt ietwat hoger dan zeeniveau en ons appartement heeft een mooi uitzicht op de zee. Warm en bezweet verlangen we naar het zwembad. Terwijl wij onze spullen installeren en uitzoeken hoe de airco, kluis en telefoon werkt, duiken de kids alvast het zwembad in. Het water is heerlijk na zo’n warme dag en we willen er niet meer weg. Daarom besluiten wij op het bijbehorende terras te dineren en al etend genieten we van een mooie zonsondergang in de Kypparisiakische zee…
De volgende ochtend gaan we op zoek naar de watervallen van Neda. Volgens de Griekse mythologie is de waternimf Neda hier geboren in het meertje en het zou prachtig moeten zijn. De route er naartoe blijkt lastig, vooral omdat de bewegwijzering summier is en de kaart niet gedetailleerd genoeg is. De weg loopt het binnenland in en we rijden opnieuw in de bergen. Uiteindelijk lijkt de door ons gekozen weg dood te lopen in het centrum van het bergdorpje Pletania, maar we rijden – onder de nieuwsgierige blikken van de dorpsbewoners – toch langzaam door. Dan blijkt de smalle weg aan de andere kant van het plein gelukkig weer door te lopen en komen we bij een stenen toren op een hoge rotspunt. De toren blijkt omringt te zijn met een klein openlucht theater, een mini camping en een terras, waar we genietend van het uitzicht wat drinken en en passant meteen de weg vragen. We blijken ongeveer een kilometer van de waterval af te zijn, ongeveer 10 minuten rijden met de auto. Dat is dichterbij dan we dachten! Deze laatste kilometer blijkt echter niet geasfalteerd te zijn maar te bestaan uit een smal rood zandpad met stukken en stukjes naar beneden gevallen rotsblokken. En daarbij loopt de weg met vele haarspeldbochten erg steil naar beneden! Die 10 minuten wordt met ons simpele huurautootje een half uur, maar dan zijn we op een open grindplaats waar je de auto kan parkeren.
We pakken onze zwemspullen en beginnen aan de wandeling. Over het smalle zanderige pad bezaaid met stenen gaat het omhoog en omlaag, naar links en naar rechts met overal om je heen de hoge beboste groene bergen. Het water van de rivier de Neda hoor je de hele tijd stromen en af en toe kan je er ver beneden je een glimp van opvangen. Uiteindelijk duurt het toch zo’n 20 minuten voordat de waterval in zicht komt. Het blijkt nog mooier dan we verwacht hadden, de mystieke sfeer, het mintgroene (mineraal)water en de mooie waterval. Je kan je gemakkelijk voorstellen dat op zo’n plek een mythe geboren wordt. We verlangen naar onze zwempartij en stappen het water in. IJs- en ijskoud!! Vader en dochter durven het aan om – volgens voorbeeld van een paar Griekse jongeren – hoog vanaf de rotswand in het meertje te springen. Moeder en zoon doen het wat rustiger aan. Na een half uurtje besluiten we het water te volgen en klauteren via de gladde rotsen en door het ijskoude water met behulp van aanwezige touwen naar beneden tot aan de rivier. Ook volgen we even later een klimpad omhoog. Daar blijkt een kapelletje uit de rotsen gehouwen te zijn en via een tweede klimpad nóg een waterval met meertje. Eigenlijk is deze tweede waterval nog mooier dan de eerste, alleen is het hier veel drukker met zwemmende mensen. De geocache die hier verstopt ligt en waardoor wij wisten dat de waterval bestond, is vrij snel gevonden. We schrijven ongezien onze naam in het logboekje en wandelen, klauteren en klimmen weer richting auto.
Het terugrijden duurt nog langer dan de heenweg, doordat we bewust de andere kant op rijden dan waar we vandaan kwamen. Ook via die kant zou je namelijk de waterval moeten kunnen bereiken, dus moet je zo ook naar de kust terug kunnen rijden. En weer gaat de route via zigzaggende wegen die omhoog en omlaag gaan, die slingerend naar het oosten gaan terwijl jij naar het westen wilt en uiteindelijk toch min of meer de goede kant op gaan, die eerst geasfalteerd zijn en dan plotseling grindweggetjes worden, dwars over met witte stenen geplaveide dorpspleinen met starende dorpsbewoners, door kloven en over bergtoppen richting de kust. En dan herkennen we de kustweg waar we gisteren overheen gereden zijn. Moe in de benen van ons klimavontuur besluiten we in Kyparissia nog snel het kasteel te bekijken en een hapje te gaan eten bij een restaurant aan het strand. Dan rijden we weer naar ons hotel en nemen we voor de laatste keer een duik in het lekkere zwembad want morgen gaat de reis weer verder richting Olympia.

Het havenstad Galaxidi vanaf het terras van de oude olieperserij.

Een van de dorpjes waar we langsreden.

De Rion-Antirio brug die het vasteland verbindt met het schiereiland Peloponnisios.

Vele mooie kleuren kwamen voorbij tijdens de zonsondergang.

Rustig genietend van de zonsondergang aan zee.

Een sprinkhaan kwam op bezoek terwijl wij een terrasje pikken.

De waterval van Neda midden in de bergen van Peloponnisios.